← Terug
Thema 4 - Stap 2

Woordenschat 1 : Sporten en hobby's ⚽

Le vocabulaire des sports, des activités créatives et des loisirs en général.

1. Sporten

voetbal spelenjouer au football
basketbal spelenjouer au basket
tennis spelenjouer au tennis
zwemmennager
fietsenfaire du vélo
hardlopencourir
skatenfaire du skate
dansendanser
vechtsporten beoefenenpratiquer un sport de combat
lid zijn van een clubêtre membre d'un club
trainens'entraîner

2. Creatieve hobby's

tekenendessiner
schilderenpeindre
knutselenbricoler
een instrument bespelenjouer d'un instrument
zingenchanter
fotograferenphotographier
schrijvenécrire
naaiencoudre
kokencuisiner
bakkenfaire de la pâtisserie

3. Andere vrijetijdsbestedingen

lezenlire
een boek uitlezenfinir de lire un livre
videospelletjes spellenjouer aux jeux vidéo
gezelschapspellen spelenjouer à des jeux de société
wandelense promener
picknickenpique-niquer
kamperencamper
afspreken met vriendense donner rendez-vous avec des amis
uitgaansortir

4. Smaken uitdrukken

Ik hou van...J'aime...
Ik ben dol op...Je suis fou de...
Ik vind ... leuk/saai/vervelend.Je trouve ... chouette/ennuyeux/embêtant.
Ik ben (niet) goed in...Je suis (pas) doué en...
liever ... dan ...plutôt ... que ...

Oefeningen: Test je kennis ! 🧠

Oefening 1: Wat betekent het ?

1. Knutselen
2. Hardlopen
3. Een instrument bespelen
4. Ik ben dol op...
5. Gezelschapspellen spelen
6. Lid zijn van een club

Oefening 2: Vul de zinnen aan !

Complète avec : gamen, liever, tekent, traint, uitgaan, vervelend.

a) Mijn zus elke dag in haar schetsboek.
b) Hij drie keer per week voor de wedstrijd.
c) In het weekend willen we vooral met vrienden.
d) Ik vind wiskundeoefeningen heel .
e) Op vrijdagavond houden we ervan om te met vrienden.
f) Ik kijk een serie dan een film.

Oefening 3: Zoek de indringer !

1. Sporten:
2. Creatief:
3. Werkwoorden:
4. Vrije tijd:
5. Uitdrukkingen:

Oefening 4: Vertaal de zinnen

a) "Mon frère est membre d'un club de basket." ➡️
b) "J'aime cuisiner et faire de la pâtisserie le week-end." ➡️
c) "Elle préfère dessiner plutôt que jouer aux jeux vidéo." ➡️
d) "Nous nous entraînons deux fois par semaine." ➡️
e) "Je trouve la danse vraiment chouette." ➡️