← Terug
Thema 5 - Stap 2

Woordenschat 1 : Eten en drinken 🍎

Ontdek het vocabulaire over voedsel, dranken en maaltijden.

🍞 Basisvoeding

het broodle pain
de melkle lait
het ei / de eierenl'œuf / les œufs
de kaasle fromage
de boterle beurre
de rijstle riz
de pastales pâtes

🍎 Fruit en groenten

de appella pomme
de banaanla banane
de sinaasappell'orange
de druifle raisin
de aardbeila fraise
de peerla poire
de tomaatla tomate
de wortella carotte
de aardappella pomme de terre
de uil'oignon
de slala salade
de komkommerle concombre

🥩 Vlees, vis en andere gerechten

het vleesla viande
de kiple poulet
de visle poisson
de soepla soupe
de frietjesles frites
het dessertle dessert

🥤 Dranken en maaltijden

< td >< span class="hidden-text-nl" onclick="this.classList.toggle('shown')">zuur< td >< span class="hidden-text">acide
het waterl'eau
het saple jus
de koffiele café
de theele thé
het ontbijtle petit-déjeuner
de lunchle déjeuner
het avondetenle dîner
lekkerdélicieux
viesdégoûtant
zoetsucré
zout< td >< span class="hidden-text">salé

Oefening 1 : Verbind de woorden ! 🧠

Klik op een Nederlands woord en daarna op de juiste vertaling.

het brood
de wortel
de kip
het sap
le poulet
le pain
le jus
la carotte

Oefening 2 : Zoek het vreemde woord ! 🧠

In elke groep hoort één woord er niet bij. Klik erop !

de appel de banaan de kip de druif
het water het sap de koffie de cola
de wortel de ui de tomaat de melk

Oefening 3 : Vertaal de zinnen ! 🧠

a) "J'aimerais boire de l'eau." ➡️
b) "Ce plat est délicieux !" ➡️
c) "Pour le petit déjeuner je mange du pain avec du beurre." ➡️