← Terug
Thema 5 - Stap 3

Grammatica 1 : Hoeveel ? Hoeveelheden uitdrukken ⚡

Pour faire des courses ou parler de nourriture, tu dois savoir exprimer des quantités en néerlandais.

1. Hoeveelheidswoorden + zelfstandig naamwoord (sans "de/van")

En néerlandais, contrairement au français ("du pain", "de la confiture"), on n'utilise pas d'article partitif : on met le mot de quantité directement devant le nom.

veel broodbeaucoup de pain
weinig tijdpeu de temps
een beetje suikerun peu de sucre
genoeg etenassez de nourriture

👉 Ik heb veel honger, maar ik heb weinig tijd om te koken !

2. Hoeveel / hoeveel...? (combien)

Hoeveel + onaftelbaar (non comptable)Hoeveel melk drink je per dag ?
Hoeveel + meervoud (pluriel comptable)Hoeveel appels heb je gekocht ?

👉 "Hoeveel kost dat ?" (combien ça coûte ?) — pour demander le prix !

3. Geen / niet meer

Ik heb geen brood.Je n'ai pas de pain. (négation d'un nom)
Ik heb geen brood meer.Je n'ai plus de pain.
We hebben geen sap meer in huis.Nous n'avons plus de jus à la maison.

Oefening 1 : Vul het juiste hoeveelheidswoord in ! 🧠

Choisis et écris le mot de quantité qui convient (een beetje, geen, genoeg, veel, weinig).

a) Ik heb honger, ik wil graag iets eten ! (beaucoup de)
b) Kun je suiker in mijn koffie doen ? (un peu de)
c) We hebben brood meer, we moeten naar de bakker. (pas / plus de)
d) Heb je geld om alles te betalen ? (assez de)
e) Hij eet groenten, dat is niet zo gezond. (peu de)

Oefening 2 : Zet de zinnen in de juiste volgorde 🧠

Klik op de woorden in de juiste volgorde om de zin te vormen.

1. (Hoeveel / wil je / appels / kopen / ?)

Hoeveel wil je appels kopen ?

2. (een kilo tomaten / We / voor de soep / hebben / nodig)

een kilo tomaten We voor de soep hebben nodig

3. (geen melk meer / Ik / in de koelkast / heb)

geen melk meer Ik in de koelkast heb

4. (een fles water / Hoeveel / hier / kost / ?)

een fles water Hoeveel hier kost ?

5. (een beetje kaas / Ik / wil graag / op mijn brood)

een beetje kaas Ik wil graag op mijn brood