Grammatica 1 : Hoeveel ? Hoeveelheden uitdrukken ⚡
Pour faire des courses ou parler de nourriture, tu dois savoir exprimer des quantités en néerlandais.
1. Hoeveelheidswoorden + zelfstandig naamwoord (sans "de/van")
En néerlandais, contrairement au français ("du pain", "de la confiture"), on n'utilise pas d'article partitif : on met le mot de quantité directement devant le nom.
| veel brood | beaucoup de pain |
| weinig tijd | peu de temps |
| een beetje suiker | un peu de sucre |
| genoeg eten | assez de nourriture |
👉 Ik heb veel honger, maar ik heb weinig tijd om te koken !
2. Hoeveel / hoeveel...? (combien)
| Hoeveel + onaftelbaar (non comptable) | Hoeveel melk drink je per dag ? |
| Hoeveel + meervoud (pluriel comptable) | Hoeveel appels heb je gekocht ? |
👉 "Hoeveel kost dat ?" (combien ça coûte ?) — pour demander le prix !
3. Geen / niet meer
| Ik heb geen brood. | Je n'ai pas de pain. (négation d'un nom) |
| Ik heb geen brood meer. | Je n'ai plus de pain. |
| We hebben geen sap meer in huis. | Nous n'avons plus de jus à la maison. |
Oefening 1 : Vul het juiste hoeveelheidswoord in ! 🧠
Choisis et écris le mot de quantité qui convient (een beetje, geen, genoeg, veel, weinig).
Oefening 2 : Zet de zinnen in de juiste volgorde 🧠
Klik op de woorden in de juiste volgorde om de zin te vormen.
1. (Hoeveel / wil je / appels / kopen / ?)
2. (een kilo tomaten / We / voor de soep / hebben / nodig)
3. (geen melk meer / Ik / in de koelkast / heb)
4. (een fles water / Hoeveel / hier / kost / ?)
5. (een beetje kaas / Ik / wil graag / op mijn brood)