← Terug
Thema 5 - Stap 5

Woordenschat 2 : In de winkel en op de markt 🏪

Ontdek het vocabulaire over winkels, prijzen en het kopen van producten.

🏬 Soorten winkels

de supermarktle supermarché
de bakkerle boulanger
de bakkerijla boulangerie
de slagerle boucher
de slagerijla boucherie
de marktle marché
de kledingwinkelle magasin de vêtements
de boekenwinkella librairie
het winkelcentrumle centre commercial

💰 Geld en prijzen

het geldl'argent
de prijsle prix
de kortingla réduction
duurcher
goedkoopbon marché
betalenpayer
kostencoûter
het wisselgeldla monnaie (rendue)
de kassala caisse
contant betalenpayer en liquide
met kaart betalenpayer par carte

🛍️ In de winkel

kopenacheter
verkopenvendre
passenessayer (vêtements)
kiezenchoisir
de verkoperle vendeur
de verkoopsterla vendeuse
het bonnetjele ticket de caisse
de winkelwagenle caddie
het mandjele panier
ruilenéchanger
terugbrengenrapporter

💬 Nuttige uitdrukkingen

"Wat kost dat ?""Combien ça coûte ?"
"Mag ik ... alstublieft ?""Puis-je avoir ... s'il vous plaît ?"
"Heeft u ... in een andere maat/kleur ?""Avez-vous ... dans une autre taille/couleur ?"
"Dat is alles, dank u.""C'est tout, merci."

Oefening 1 : Verbind de woorden ! 🧠

Klik op een Nederlands woord en daarna op de juiste vertaling.

de slager
goedkoop
het bonnetje
de korting
la réduction
le boucher
le ticket de caisse
bon marché

Oefening 2 : Vul het juiste woord in ! 🧠

a) Ik wil dit T-shirt graag , mag dat ?
b) Deze schoenen zijn te , ik heb niet genoeg geld.
c) Ik ga vers vlees kopen bij de .
d) Kan ik met mijn kaart , of alleen contant ?
e) Vergeet je bonnetje niet, dat heb je nodig om iets te .

Oefening 3 : Zoek het vreemde woord ! 🧠

In elke groep hoort één woord er niet bij. Klik erop !

de supermarkt de bakker de markt de appel
betalen kosten de prijs koken

Oefening 4 : Vertaal de zinnen ! 🧠

a) "Combien ça coûte, s'il vous plaît ?" ➡️
b) "Ce magasin est trop cher pour moi." ➡️
c) "Puis-je payer par carte ?" ➡️