Grammatica 1 : De weg vragen en wijzen (gebiedende wijs) ⚡
Quand tu voyages, tu dois savoir demander ton chemin et donner des indications. Pour cela, le néerlandais utilise des prépositions de lieu et l'impératif (gebiedende wijs).
1. De weg vragen
| Pardon, hoe kom ik bij het station ? | Pardon, comment puis-je arriver à la gare ? |
| Weet u waar het museum is ? | Savez-vous où se trouve le musée ? |
| Is het ver van hier ? | Est-ce loin d'ici ? |
2. De gebiedende wijs (l'impératif) : geef instructies !
Pour donner une instruction ou un ordre, on utilise le radical du verbe (la forme "ik" sans le -t), placé en première position :
| Ga rechtdoor ! | (gaan → ga) |
| Sla links af ! | (afslaan → sla af) |
| Loop tot aan het kruispunt ! | (lopen → loop) |
| Neem de eerste straat rechts ! | (nemen → neem) |
👉 Pour être plus poli, on ajoute souvent "u" après le verbe : Ga u rechtdoor, en sla u dan links af.
3. Voorzetsels van richting en plaats
| links / rechts / rechtdoor | à gauche / à droite / tout droit |
| naast / tegenover / tussen | à côté de / en face de / entre |
| achter / voor / naar | derrière / devant / vers |
| tot aan / langs | jusqu'à / le long de |
| bij / dichtbij / ver van | près de / proche / loin de |
👉 Het station ligt tegenover het stadhuis, tussen de bank en het park.
4. Nuttige werkwoorden voor de weg
| oversteken | traverser |
| afslaan | tourner |
| volgen | suivre |
| passeren / voorbijgaan | passer / dépasser |
Oefening 1 : Vorm de gebiedende wijs ! 🧠
Zet het werkwoord tussen haakjes in de gebiedende wijs (impératif).
Oefening 2 : Zet de zinnen in de juiste volgorde 🧠
Klik op de woorden in de juiste volgorde om de zin te vormen.
1. (hoe kom ik / Pardon / bij het station / ?)
2. (en / Ga rechtdoor / sla dan links af)
3. (tegenover de kerk / Het museum / ligt)
4. (denkt u / Is het / ver van hier / ?)
5. (de rivier / Steek / de brug over / en / volg)