← Terug
Thema 6 - Stap 6

Grammatica 2 : Morgen ga ik... ! De toekomende tijd ⚡

Pour parler de tes projets de voyage et de ce que tu vas faire, tu as besoin du futur (toekomende tijd). En néerlandais, il y a deux façons principales de l'exprimer.

1. Gaan + infinitief (futur proche, projet concret)

La façon la plus courante : on utilise gaan conjugué + l'infinitif à la fin de la phrase. C'est l'équivalent du futur proche français ("je vais...") :

Onderwerp ga/gaat/gaan ... infinitief (einde)

Morgen ga ik naar het strand gaan. → ❌ (incorrect, deux fois "gaan")
Morgen ga ik naar het strand. ✓ (gaan + naar + lieu : pas besoin d'infinitif !)
Morgen gaan we de stad ontdekken.
Volgende week ga je je koffer inpakken.

2. Zullen + infinitief (prévision, promesse, supposition)

On utilise zullen conjugué (zal/zullen) + l'infinitif pour exprimer une prévision, une promesse ou une supposition :

ik zalwe zullen
je/u zult / zaljullie zullen
hij/ze zalze zullen

Het zal morgen waarschijnlijk regenen. (prévision météo)
Ik zal je helpen met je koffer. (promesse)
Ze zullen wel laat aankomen, met die vertraging. (supposition)

3. Tijdsuitdrukkingen voor de toekomst

morgendemain
overmorgenaprès-demain
volgende weekla semaine prochaine
volgende maandle mois prochain
volgende jaarl'année prochaine
binnenkortbientôt
strakstout à l'heure
over twee dagendans deux jours

👉 Volgende maand gaan we naar Amsterdam, en over twee weken zullen we al onze koffers pakken!

Oefening 1 : Gaan of zullen ? Vervoeg ! 🧠

Vul de juiste vorm van "gaan" of "zullen" in.

a) Morgen ik mijn koffer inpakken.
b) Het morgen waarschijnlijk zonnig zijn, denk ik.
c) We volgende week op reis naar Spanje.
d) Ik je morgen bellen, dat beloof ik.
e) je ook het museum bezoeken tijdens je reis ?

Oefening 2 : Zet de zinnen in de juiste volgorde 🧠

Klik op de woorden in de juiste volgorde om de zin te vormen.

1. (de oude stad / Morgen / gaan we / ontdekken)

de oude stad Morgen gaan we ontdekken

2. (de hele dag / Het / zal / morgen / regenen)

de hele dag Het zal morgen regenen

3. (naar Amsterdam / Volgende week / gaan we)

naar Amsterdam Volgende week gaan we

4. (met je koffers / Ik / dat beloof ik / zal je helpen)

met je koffers Ik dat beloof ik zal je helpen

5. (op vakantie / Over twee weken / gaan we / eindelijk)

op vakantie Over twee weken gaan we eindelijk