← Terug Champ lexical 10

🍽️ Nourriture & boissons

Aliments, boissons, restaurant, spécialités belges et verbes de cuisine.

Eten — Les aliments

NéerlandaisGenreFrançaisExemple
broodhetle painIk eet 's ochtends geroosterd brood.
boterdele beurreIk doe boter op mijn boterham.
kaasdele fromageBelgen eten veel kaas.
vleeshetla viandeWe eten niet elke dag vlees.
rundvleeshetle boeufStoofvlees is gemaakt van rundvlees.
varkensvleeshetle porcIk eet liever kip dan varkensvlees.
kipdele pouletWe hebben kip in de soep gedaan.
visdele poissonOp vrijdag eten we vis.
garnalendeles crevettesBelgische garnalen zijn beroemd.
ei / eierenhetl'œuf / les œufsIk bak elke ochtend twee eieren.
sladela salade / la laitueIn de salade zit veel sla.
tomaatdela tomateVerse tomaten zijn lekker in de zomer.
worteldela carotteWortel is goed voor je ogen.
paprikadele poivronIk voeg rode paprika toe aan de roerbak.
uidel'oignonSnij de ui fijn voor de saus.
knoflookhetl'ailKnoflook geeft veel smaak aan het gerecht.
aardappeldela pomme de terreBelgen eten veel aardappelen.
appel / peer / banaande / de / dela pomme / la poire / la bananeIk eet elke dag een appel.
aardbei / druiven / sinaasappelde / de / dela fraise / les raisins / l'orangeIn de zomer eet ik graag aardbeien.
pasta / rijst / soep / pizzade/de/de/deles pâtes / le riz / la soupe / la pizzaOp dinsdag eten we pasta met tomatensaus.

Drinken — Les boissons

NéerlandaisGenreFrançaisExemple
water (plat / bruisend)hetl'eau (plate / gazeuse)Ik drink liever bruisend water.
melkdele laitKinderen drinken veel melk.
koffiedele caféElke ochtend drink ik een kop koffie.
theedele thé's Avonds drink ik liever thee dan koffie.
frisdrank (cola / limonade / fanta)dela boisson sucrée (cola / limonade / fanta)Te veel frisdrank is slecht voor je tanden.
sap (sinaasappel / appel)hetle jus (d'orange / de pomme)Ik drink 's ochtends een glas sinaasappelsap.
bierhetla bièreBelgië is beroemd om zijn bier.
wijndele vinMijn ouders drinken soms een glas wijn bij het eten.
cacaodele chocolat chaudIn de winter drink ik graag warme cacao.
een glas / flesje / kopje / blikje / kartonhet/het/het/het/hetun verre / une bouteille / une tasse / une canette / une briqueIk bestel een glas water en een kopje koffie.

In het restaurant en de frituur — Au restaurant et à la friterie

NéerlandaisGenreFrançaisExemple
de menukaartdela carte / le menuMag ik de menukaart, alsjeblieft?
een tafel reserverenréserver une tableIk wil een tafel reserveren voor vrijdag.
een bestelling opnemenprendre une commandeDe ober neemt onze bestelling op.
de ober / bediendedele serveur / le garçonDe ober brengt onze dranken.
een voorgerechthetune entréeAls voorgerecht neem ik de soep.
een hoofdgerechthetun plat principalHet hoofdgerecht is stoofvlees met frieten.
een desserthetun dessertAls dessert nemen we allebei een wafel.
het dagmenuhetle menu du jourHet dagmenu is goedkoper dan à la carte bestellen.
vegetarisch / veganvégétarien / végétalienHeeft u een vegetarische optie?
Mag ik...?Puis-je avoir... ?Mag ik de rekening, alsjeblieft?
Ik neem... / Smakelijk!Je prends... / Bon appétit !Ik neem de pasta. Smakelijk!
frietendeles fritesBelgische frieten zijn de beste ter wereld!
stoofvleeshetle carbonnade (ragoût de boeuf)Stoofvlees met frieten is een Belgische klassieker.
vol-au-ventdele vol-au-ventVol-au-vent is een traditioneel Belgisch gerecht.
wafels / chocoladede / deles gaufres / le chocolatBelgische wafels en chocolade zijn wereldberoemd.
Trappistdela bière trappisteChimay is een bekende Trappist.

Koken en recepten — Cuisiner et recettes

NéerlandaisGenreFrançaisExemple
het recepthetla recetteIk volg een recept van internet.
de ingrediëntendeles ingrédientsEerst verzamel ik alle ingrediënten.
koken / bakken / bradencuire / faire cuire au four / rôtirIk bak de aardappelen in de oven.
stomen / snijden / mengencuire à la vapeur / couper / mélangerSnij de groenten fijn en meng ze.
roeren / kruidenremuer / assaisonnerRoer de saus goed en kruid naar smaak.
rauw / gaar / gebakken / gegrild / gekooktcru / cuit / frit / grillé / bouilliIk eet mijn steak liever gegrild.
zout / zoet / zuur / bitter / pikantsalé / sucré / acide / amer / épicéDit gerecht is te pikant voor mij!
lekker / viesdélicieux / mauvais (goût)Die soep is echt lekker!

Gezonde voeding & eetgewoonten — Alimentation saine & habitudes alimentaires

NéerlandaisGenreFrançaisExemple
veel groenten etenmanger beaucoup de légumesProbeer elke dag veel groenten te eten.
voldoende water drinkenboire suffisamment d'eauDrink minstens 1,5 liter water per dag.
minder suiker / zout / vetmoins de sucre / sel / graisseEet minder suiker voor een gezonder leven.
gevarieerd etenmanger variéGevarieerd eten zorgt voor alle voedingsstoffen.
ontbijtenprendre le petit-déjeunerOntbijten is de belangrijkste maaltijd van de dag.
minder vlees etenmanger moins de viandeMinder vlees eten is goed voor het milieu.
biologisch / bio kopenacheter du bio / des produits biologiquesBio-groenten bevatten minder pesticiden.
seizoensproducten etenmanger des produits de saisonSeizoensproducten zijn verser en goedkoper.
vitaminesdeles vitaminesSinaasappels bevatten veel vitamines.
eiwitten / proteïnendeles protéinesVlees en peulvruchten bevatten veel eiwitten.
koolhydratendeles glucides / hydrates de carboneBrood en pasta bevatten veel koolhydraten.
vetten (verzadigd / onverzadigd)deles graisses (saturées / insaturées)Onverzadigde vetten zijn beter voor je hart.
vezelsdeles fibresGroenten en fruit bevatten veel vezels.
mineralendeles minérauxDit bevat veel mineralen.
calciumhetle calciumMelk bevat veel calcium voor sterke botten.
ijzerhetle ferSpinazie bevat veel ijzer.
vegetarischvégétarien(ne)Ik eet geen vlees, ik ben vegetarisch.
veganistischvégétalien(ne) / veganVeganisten eten geen dierlijke producten.
glutenvrijsans glutenIk zoek glutenvrij brood voor mijn kind.
lactosevrijsans lactoseIk drink lactosevrije melk.
halalhalalHij eet alleen halal vlees.
koosjercasher / kasherIn die winkel vind je koosjer voedsel.
allergievrijsans allergènesDit product is allergievrij.
Ik eet geen... / Ik ben allergisch voor...Je ne mange pas de... / Je suis allergique à...Ik ben allergisch voor noten — geeft u dat aan!

Oefening 1 — Classez les aliments dans la bonne catégorie

À quelle catégorie appartient cet aliment ?

1. wortel

fruit
groente
vlees
zetmeel

2. garnalen

zuivel
fruit
vis / zeevruchten
vlees

3. aardbei

fruit
groente
zetmeel
zuivel

4. rijst

vlees
groente
zetmeel
fruit

5. rundvlees

vis
vlees
groente
fruit

Oefening 2 — Commande au restaurant (phrases à trous)

Complétez avec : neem — rekening — menukaart — bestelling — voorgerecht — Smakelijk

Ober: Goedenavond ! Wilt u de zien ?
Klant: Ja, graag. (vijf minuten later) Ik de tomatensoep als , en daarna het stoofvlees.
Ober: Uitstekend ! Ik neem uw mee.
Ober: (bij het serveren) !
Klant: (na het eten) Mag ik de , alsjeblieft ?