← Terug Champ lexical 2

🏠 Habitat & environnement

Types de logements, pièces, meubles et quartier.

Soorten woningen

NederlandsArticleFrançaisVoorbeeld
een huishetune maisonWe wonen in een huis met tuin.
een appartement / flathet / deun appartementZe woont in een flat op de derde verdieping.
een villadeune villaDie villa heeft een groot zwembad.
een rijwoningdeune maison mitoyenneZe wonen in een rijwoning in de stad.
een hoekwoningdeune maison d'angleHet is een hoekwoning met een extra raam.
een boerderijdeune fermeZe hebben een boerderij op het platteland.
een studiodeun studioHij huurt een studio in Gent.
een kot (student)hetune chambre d'étudiant(e)Ze woont op een kot in Leuven.
een caravandeune caravaneWe slapen in een caravan op de camping.
wonen inhabiter dans / àIk woon in Brussel.
hurenlouerZe huren een appartement.
kopenacheterZe willen een huis kopen.
verhuizendéménagerWe verhuizen volgend jaar.
de eigenaardele/la propriétaireDe eigenaar woont in het gebouw.
de huurderdele/la locataireDe huurder betaalt elke maand.

Ruimtes in huis

NederlandsArticleFrançaisVoorbeeld
de woonkamerdele salon / la salle de séjourWe kijken tv in de woonkamer.
de keukendela cuisineZe kookt in de keuken.
de slaapkamerdela chambre (à coucher)Mijn slaapkamer is op de eerste verdieping.
de badkamerdela salle de bainDe badkamer heeft een bad en een douche.
het toilethetles toilettes / les WCHet toilet is naast de badkamer.
de gangdele couloirDe gang is smal.
de haldel'entrée / le hallHang je jas op in de hal.
de garagedele garageDe auto staat in de garage.
de kelderdela caveDe wijn staat in de kelder.
de zolderdele grenierOude dozen liggen op de zolder.
het terrashetla terrasseWe eten 's zomers op het terras.
de tuindele jardinDe kinderen spelen in de tuin.
het balkonhetle balconZe drinkt koffie op het balkon.
de verandadela vérandaDe veranda geeft uitzicht op de tuin.
het gelijkvloershetle rez-de-chausséeDe keuken is op het gelijkvloers.
de eerste / tweede verdiepingdele premier / deuxième étageMijn kamer is op de tweede verdieping.
de trapdel'escalierDe trap is steil.

Meubels en voorwerpen

NederlandsArticleFrançaisVoorbeeld
de bank / zeteldele canapé / le fauteuilWe zitten op de bank.
de tafeldela tableDe tafel staat in de eetkamer.
de stoeldela chaiseEr zijn vier stoelen rondom de tafel.
het bedhetle litMijn bed is heel comfortabel.
de kastdel'armoireMijn kleren hangen in de kast.
de boekenkastdela bibliothèqueEr staan veel boeken in de boekenkast.
het bureauhetle bureauIk doe mijn huiswerk aan het bureau.
de lampdela lampeZet de lamp aan, het is donker.
het tapijthetle tapisEr ligt een rood tapijt in de woonkamer.
de gordijnendeles rideauxDoe de gordijnen dicht.
het aanrechthetle plan de travail / l'évierLaat de borden niet op het aanrecht staan.
de wasmachinedele lave-lingeDe wasmachine draait.
de droogkastdele sèche-lingeDe was zit in de droogkast.
de vaatwasserdele lave-vaisselleZet de borden in de vaatwasser.
de koelkastdele réfrigérateur / le frigoDe melk staat in de koelkast.
de ovendele fourZe bakt een taart in de oven.
de douchedela doucheIk neem elke ochtend een douche.
het badhetla baignoire / le bainZe neemt een bad 's avonds.
de spiegeldele miroirEr hangt een grote spiegel in de badkamer.

De buurt en omgeving

NederlandsArticleFrançaisVoorbeeld
de straatdela rueWe wonen in een rustige straat.
de laandel'avenue / l'alléeDe laan is vol bomen.
het pleinhetla placeEr is een markt op het plein.
het parkhetle parcWe wandelen in het park.
het boshetla forêt / le boisAchter ons huis is er een bos.
de rivierdela rivière / le fleuveDe Maas is een bekende rivier.
de wijkdele quartierDit is een rustige wijk.
het centrumhetle centre(-ville)De winkelstraat is in het centrum.
de buitenwijkendela banlieue / les faubourgsZe wonen in de buitenwijken van Antwerpen.
het plattelandhetla campagneMijn grootouders wonen op het platteland.
het dorphetle villageEr wonen 500 mensen in ons dorp.
dichtbijprès (de)De school is dichtbij.
ver vanloin deHet station is ver van ons huis.
naastà côté deDe supermarkt is naast de apotheek.
tegenoveren face deDe kerk staat tegenover het plein.
op de hoek vanau coin deEr is een bakker op de hoek van de straat.

Wijken & stedelijk milieu

NederlandsArticleFrançaisVoorbeeld
de woonwijkdele quartier résidentielWe wonen in een rustige woonwijk.
de handelsbuurt / het winkelgebiedde / hetle quartier commercialEr zijn veel winkels in de handelsbuurt.
de industriezonedela zone industrielleDe fabriek ligt in de industriezone.
het stadscentrumhetle centre-villeDe grote winkels zijn in het stadscentrum.
de buitenwijkendela banlieue / les faubourgsZe wonen in de buitenwijken van Gent.
de randgemeentedela commune périphériqueHet is een randgemeente van Brussel.
de villawijkdele quartier résidentiel huppéZe wonen in een dure villawijk.
de sociale wijkdele quartier social / de logements sociauxEr zijn veel appartementen in de sociale wijk.
rustigcalme / tranquilleDit is een rustige wijk.
levendiganimé(e) / vivant(e)Het centrum is levendig op vrijdag.
drukchargé(e) / très fréquenté(e)De straat is heel druk in het weekend.
gevaarlijkdangereux / dangereuse's Nachts is het gevaarlijk hier.
veiligsûr(e) / en sécuritéOnze buurt is heel veilig.
gezelligagréable / convivial(e) / cosyHet is een gezellige buurt met terrassen.
de lantaarnpaaldele lampadaire / le réverbèreDe lantaarnpalen branden 's avonds.
de bank (publiek)dele banc (public)Oudere mensen zitten op de bank in het park.
de prullenbak / vuilnisbakdela poubelle (publique) / la corbeilleGooi je afval in de prullenbak.
de brievenbusdela boîte aux lettresDe brievenbus is rood in Nederland.
het verkeerslichthetle feu de circulation / le feu tricoloreStop bij het rode verkeerslicht.
het zebrapadhetle passage piéton / le passage cloutéSteek over op het zebrapad.
de fonteindela fontaineEr staat een fontein op het plein.
de speeltuindel'aire de jeuxDe kinderen spelen in de speeltuin.
de bushaltedel'arrêt de busZe wacht aan de bushalte.
het fietspadhetla piste cyclableIn België zijn er veel fietspaden.
de stoep / het voetpadde / hetle trottoirLoop op de stoep, niet op de straat.
de brugdele pontDe brug over de Leie is oud.
het standbeeldhetla statueEr staat een standbeeld op het plein.
de reclamezuildela colonne publicitaire / le panneau publicitaireEr hangen affiches op de reclamezuil.

Vlaamse & Nederlandse geografie

NederlandsArticleFrançaisVoorbeeld
Belgiëla Belgique — de Belg / BelgischIk woon in België.
Nederlandles Pays-Bas — de Nederlander / NederlandsAmsterdam is de hoofdstad van Nederland.
Surinamele Suriname (pays néerlandophone)In Suriname spreekt men ook Nederlands.
de Nederlandse Antillendeles Antilles néerlandaisesDe Nederlandse Antillen liggen in de Caraïben.
⚠️ Nederland is niet hetzelfde als Nederlands! — "Nederland" = le pays ; "Nederlands" = la langue / l'adjectif
Vlaanderenla Flandre (gewest) — VlaamsVlaanderen is het Nederlandstalige gewest van België.
Walloniëla Wallonie — WaalsIn Wallonië spreekt men Frans.
BrusselBruxelles — tweetalig (bilingue)Brussel is de hoofdstad van België.
Antwerpen (provincie)Anvers (province)Antwerpen is de grootste provincie van Vlaanderen.
Oost-Vlaanderenla Flandre orientaleGent ligt in Oost-Vlaanderen.
West-Vlaanderenla Flandre occidentaleBrugge is in West-Vlaanderen.
Vlaams-Brabantle Brabant flamandLeuven is in Vlaams-Brabant.
Limburgle LimbourgHasselt is de hoofdstad van Limburg.
Antwerpen (stad)Anvers (ville)Antwerpen is de grootste stad van Vlaanderen.
GentGandGent heeft een mooie historische binnenstad.
BruggeBrugesBrugge heet het "Venetië van het Noorden".
LeuvenLouvainLeuven is een bekende universitaire stad.
Hasselt / Mechelen / Kortrijk / TurnhoutHasselt / Malines / Courtrai / TurnhoutDit zijn grote steden in Vlaanderen.
AmsterdamAmsterdam (capitale des Pays-Bas)Amsterdam is een internationale stad.
Rotterdam / Den Haag / Utrecht / EindhovenRotterdam / La Haye / Utrecht / EindhovenDit zijn grote steden in Nederland.
de Scheldedel'EscautDe Schelde stroomt door Gent en Antwerpen.
de Maasdela MeuseDe Maas stroomt door Luik en Namen.
de Rijndele RhinDe Rijn mondt uit in de Noordzee.
het Zwinhetle Zwin (réserve naturelle)Het Zwin is een natuurgebied aan de kust.
de Hoge Kempendele Haut Pays des Landes (parc national)De Hoge Kempen is het enige nationale park van België.
de Ardennendeles ArdennesWe gaan in de Ardennen wandelen.
de Noordzeedela mer du NordDe Belgische kust ligt aan de Noordzee.
de Waddenzeedela mer des WaddenDe Waddenzee is een UNESCO-erfgoed in Nederland.
het Gravensteen (Gent)hetle Château des Comtes (Gand)Het Gravensteen is een middeleeuws kasteel in Gent.
de Grote Markt (Brussel / Antwerpen)dela Grand-Place (Bruxelles / Anvers)De Grote Markt van Brussel is wereldberoemd.
het Atomiumhetl'AtomiumHet Atomium staat in Brussel.
de Manneken Pisdele Manneken PisDe Manneken Pis is een bekend standbeeld in Brussel.
het Rijksmuseum (Amsterdam)hetle Rijksmuseum (Amsterdam)Het Rijksmuseum heeft schilderijen van Rembrandt.
de Windmolens van Kinderdijkdeles moulins à vent de KinderdijkKinderdijk is een UNESCO-erfgoed in Nederland.

Ecologie & milieu

NederlandsArticleFrançaisVoorbeeld
recyclerenrecyclerWe recycleren glas en papier.
sorteren (PMD, papier, glas, GFT, restafval)trier (plastique, papier, verre, déchets organiques, ordures résiduelles)Je moet het afval goed sorteren.
composterencomposterWe composteren groente- en fruitresten.
minder vlees etenmanger moins de viandeMinder vlees eten is beter voor het milieu.
vegetarisch / vegan zijnêtre végétarien(ne) / véganeZij is vegetarisch om ecologische redenen.
minder auto rijdenmoins prendre la voitureWe proberen minder auto te rijden.
de fiets nemenprendre le véloIk neem de fiets naar school.
energie besparenéconomiser de l'énergieDoe het licht uit om energie te besparen.
hernieuwbare energie gebruikenutiliser des énergies renouvelablesZonnepanelen produceren hernieuwbare energie.
minder verpakking gebruikenutiliser moins d'emballagesKoop producten met minder verpakking.
tweedehands kopenacheter de seconde main / d'occasionZe koopt kleren tweedehands.
milieuvriendelijkécologique / respectueux de l'environnementDit product is milieuvriendelijk.
vervuildpollué(e)De rivier is vervuild door de industrie.
duurzaamdurable / soutenableWe kiezen voor duurzame producten.
ecologischécologiqueZe hebben een ecologische levensstijl.
klimaatneutraalclimatiquement neutre / neutre en carboneHet bedrijf wil klimaatneutraal worden.
groene energiedel'énergie verte / l'énergie renouvelableZe gebruiken groene energie thuis.
de CO2-uitstoot verminderenderéduire les émissions de CO2We moeten de CO2-uitstoot verminderen.
het milieu beschermenhetprotéger l'environnementHet is belangrijk om het milieu te beschermen.
de biodiversiteitdela biodiversitéPesticiden schaden de biodiversiteit.
luchtvervuilingdela pollution atmosphérique / la pollution de l'airLuchtvervuiling is ongezond voor kinderen.
watervervuilingdela pollution de l'eauWatervervuiling is een groot probleem.
geluidsoverlastdeles nuisances sonores / la pollution sonoreDe buurt klaagt over geluidsoverlast.
de opwarming van de aardedele réchauffement climatique / le réchauffement de la TerreDe opwarming van de aarde is een ernstig probleem.
de blauwe zak (PMD)dele sac bleu (plastiques, métaux, boissons = PMC en Belgique)Stop lege flessen in de blauwe zak.
de groene containerdele conteneur vert (verre)Glas gaat in de groene container.
het containerparkhetla déchetterieJe kunt groot afval naar het containerpark brengen.
het GFT-afvalhetles déchets organiques (Groente, Fruit, Tuinafval)GFT-afval composteert snel.

🧩 Oefening 1 — In welke kamer hoort dit meubel ?

Welke kamer past het best bij elk meubel ?

1. De koelkast staat in …
de slaapkamer
de keuken
de badkamer
2. Het bed staat in …
de slaapkamer
de woonkamer
de kelder
3. De douche staat in …
de hal
de garage
de badkamer
4. De bank staat in …
de keuken
de woonkamer
de zolder
5. De vaatwasser staat in …
de keuken
de hal
de slaapkamer
6. Het bureau staat in …
de keuken
de hal
de slaapkamer / het bureau

✏️ Oefening 2 — Beschrijf een huis

Kies het juiste woord: verdieping · tuin · huren · gelijkvloers · wijk · tegenover

1. De keuken en de woonkamer zijn op het .
2. De slaapkamers zijn op de eerste .
3. Ze hebben een grote achter het huis.
4. Ze kunnen het huis niet kopen, dus ze gaan het .
5. We wonen in een rustige buiten het centrum.
6. De bakker staat ons huis.