← Lexique Champ lexical 5

🚆 Transports, déplacements & voyages

Véhicules, gare, aéroport, directions et tourisme.

Vervoermiddelen

NederlandsArticleFrançaisVoorbeeld
de treindele trainZe neemt de trein naar Brussel.
de tramdele tramDe tram stopt voor de school.
de busdele bus / l'autobusHij neemt de bus naar het centrum.
de metrodele métroIn Brussel is er een metro.
de fietsdele véloZe gaat met de fiets naar school.
de stepdela trottinetteHij rijdt op een elektrische step.
de auto / wagendela voitureMijn ouders gaan met de auto.
de motordela motoHij heeft een nieuwe motor.
het vliegtuighetl'avionWe vliegen naar Spanje.
het schip / de boothet / dele bateau / le navireZe maken een cruise op een groot schip.
de taxidele taxiWe nemen een taxi van het station.
de deelfietsdele vélo en libre-service / le vélo partagéEr zijn deelfietsen bij het station.
met de … reizen / gaanvoyager en … / prendre le …We reizen met de trein.
te voet gaanaller à piedZe gaat te voet naar de bakker.
carpoolingdele covoiturageHij doet aan carpooling met collega's.

Op het station en de luchthaven

NederlandsArticleFrançaisVoorbeeld
het perronhetle quaiDe trein vertrekt van perron 4.
de spoorwegdela voie ferrée / le railDe spoorweg loopt door de stad.
de dienstregelingdel'horaireKijk de dienstregeling na op de app.
vertrekkenpartir / décollerDe trein vertrekt om 9u15.
aankomenarriverWe komen om 11u aan in Gent.
overstappenprendre une correspondance / changerJe moet overstappen in Brussel.
vertragingdele retardEr is tien minuten vertraging.
het lokethetle guichetHij koopt een ticket aan het loket.
de automaatdel'automate / le distributeurZe koopt een ticket aan de automaat.
de enkele reisdel'aller simpleEen enkele reis naar Luik, alstublieft.
het retourhetl'aller-retourIk neem een retour naar Antwerpen.
incheckens'enregistrer / faire son check-inWe moeten twee uur vroeger inchecken.
de gatedela porte (d'embarquement)Ons vliegtuig vertrekt van gate B12.
de bagage / kofferdeles bagages / la valiseMijn koffer is te zwaar.
de handbagagedele bagage à mainIk heb alleen handbagage.

De weg en de stad

NederlandsArticleFrançaisVoorbeeld
linksà gaucheGa links aan het kruispunt.
rechtsà droiteDe bakker is rechts.
rechtdoortout droitGa rechtdoor tot de rotonde.
terugretour / faire demi-tourWe moeten terug gaan.
aan het einde vanau bout deHet station is aan het einde van de laan.
op de hoek vanau coin deDe apotheek is op de hoek.
voorbijaprès / au-delà deVoorbij de brug links afslaan.
het kruispunthetle carrefourStop aan het kruispunt.
de rotondedele rond-pointNeem de tweede afrit van de rotonde.
het zebrapadhetle passage piéton / le passage cloutéSteek over op het zebrapad.
de weg vragendedemander son cheminHij vraagt de weg aan een voorbijganger.
een route plannendeplanifier un itinéraireZe plant de route op haar gsm.
een kaart / GPS gebruikendeutiliser une carte / un GPSHij gebruikt de GPS in de auto.

Reizen en toerisme

NederlandsArticleFrançaisVoorbeeld
een reis plannendeplanifier un voyageZe plant een reis naar Italië.
boekenréserver / bookerHij boekt een hotel online.
reserverenréserverZe reserveert een kamer voor twee nachten.
een paspoorthetun passeportJe hebt een paspoort nodig.
een visumhetun visaVoor sommige landen heb je een visum nodig.
de bestemmingdela destinationWat is jullie bestemming?
een hotelhetun hôtelWe logeren in een hotel in het centrum.
een hostelhetune auberge de jeunesseZe slapen goedkoop in een hostel.
campingdele campingWe slapen op een camping aan zee.
het buitenlandhetl'étrangerZe woont in het buitenland.
een excursiedeune excursionWe maken een excursie naar de bergen.
een rondleidingdeune visite guidéeWe volgen een rondleiding in het museum.
souvenirs kopendeacheter des souvenirsZe koopt souvenirs voor haar familie.
Ik ga naar …Je vais à / en …Ik ga naar Spanje dit jaar.
Ik ben al geweest in …J'ai déjà été en / à …Ik ben al geweest in Parijs.

Problemen onderweg & het verkeer (S3)

Reisproblemen — Incidents de voyage

NederlandsArticleFrançaisVoorbeeld
de vertragingdele retardEr is twintig minuten vertraging op de trein.
gemist hebbenavoir ratéZe heeft de bus gemist.
verloren bagagedebagage perduOp de luchthaven is zijn koffer verloren gegaan.
een pech / defectde / hetune panneDe auto heeft pech op de snelweg.
een lekke banddeun pneu crevéHij heeft een lekke band op zijn fiets.
een ongeluk / botsinghet / deun accident / une collisionEr is een ongeluk op de ring.
gestrand zijnêtre bloqué(e) / être en radeWe zijn gestrand op de snelweg door de file.
omgeleid wordenêtre dévié(e) / être détourné(e)Het verkeer wordt omgeleid via de ringweg.
de stakingdela grèveDoor de staking rijden er geen treinen.
een aansluiting missenderater une correspondanceHij mist zijn aansluiting in Brussel.

Verkeer & wegen — Trafic et route

NederlandsArticleFrançaisVoorbeeld
het verkeerhetla circulation / le traficHet verkeer staat stil op de ring.
de file / het filerijdende / hetl'embouteillage / être dans les bouchonsEr staat een file van tien kilometer.
de verkeersopstoppingdele bouchon / l'embouteillageEr is een verkeersopstopping door het ongeluk.
de snelheiddela vitesseDe maximumsnelheid op de autosnelweg is 120 km/u.
de snelweg / autosnelwegdel'autorouteWe rijden op de snelweg naar Gent.
de ringwegdela rocade / le ringWe nemen de ringweg om de stad te vermijden.
de afritdela sortie (d'autoroute)We nemen de afrit naar Leuven.
de opritdel'entrée (d'autoroute)De oprit naar de snelweg is links.
het kruispunthetle carrefourHet ongeluk gebeurde op het kruispunt.
de voorrangswegdela route prioritaireDit is een voorrangsweg.
inhalendépasser / doublerHet is verboden te inhalen op dit stuk weg.
de flitscontroledele radar (de contrôle de vitesse)Er is een flitscontrole op de E40.

Verkeerstekens & acties — Signalisation et actions

NederlandsArticleFrançaisVoorbeeld
de rijbaandela voie (de circulation)Blijf op de rechtse rijbaan.
de vluchtstrookdela bande d'arrêt d'urgenceStopt nooit op de vluchtstrook tenzij in nood.
de verkeerslichtendeles feux de circulation / les feux tricoloresStop bij rode verkeerslichten.
een boete krijgendeavoir / recevoir une amendeHij krijgt een boete omdat hij te snel reed.
tankenfaire le plein / prendre de l'essenceWe moeten tanken voor we de snelweg opgaan.
opladenrecharger (voiture électrique)Ze laadt haar elektrische auto op aan het laadpunt.
het parkeerprobleemhetle problème de stationnementIn het stadscentrum is er altijd een parkeerprobleem.

🧩 Oefening 1 — Welk vervoermiddel past bij de situatie?

1. Je wilt van Luik naar Brussel in 1 uur. Je neemt …
de trein
de fiets
de step
2. Je woont op 500 meter van school. Je gaat …
met het vliegtuig
te voet of met de fiets
met de boot
3. Je gaat naar New York. Je neemt …
de tram
de bus
het vliegtuig
4. In het stadscentrum wil je snel ergens geraken. Je neemt …
de tram of metro
het schip
de fiets van thuis
5. Je hebt geen auto maar wil met collega's reizen. Je doet aan …
een excursie
carpooling
een rondleiding
6. Je enkelbillet van Brussel naar Antwerpen heet een …
retour
enkele reis
dienstregeling

✏️ Oefening 2 — Beschrijf een route

Vul aan met het juiste woord: rechts · rechtdoor · links · kruispunt · rotonde · zebrapad

1. Ga tot aan het einde van de straat.
2. Aan het sla je af naar links.
3. Neem de tweede afrit van de .
4. De school is aan de kant.
5. Steek over op het voorbij de bakker.
6. Sla af aan het park en ga dan rechtdoor.