← Terug Champ lexical 8

🏫 Enseignement & apprentissage

Matières scolaires, vie en classe, évaluations et études supérieures.

Schoolvakken en het lesprogramma — Matières et programme

NéerlandaisGenreFrançaisExemple
wiskundedeles mathématiquesIk vind wiskunde moeilijk maar interessant.
Nederlandshetle néerlandaisIn het vak Nederlands leer je schrijven en lezen.
Franshetle françaisFrans is verplicht in Belgische scholen.
Engelshetl'anglaisEngels is de internationale taal.
Duitshetl'allemandNiet alle leerlingen volgen Duits.
aardrijkskunde / geografiedela géographieIn aardrijkskunde leer je over landen en klimaten.
geschiedenisdel'histoireIk hou van geschiedenis omdat het spannend is.
biologiedela biologieIn biologie studeren we het menselijk lichaam.
chemiedela chimieWe doen experimenten in het chemielokaal.
fysicadela physiqueIn fysica leer je over krachten en energie.
informaticadel'informatiqueIn informatica leer je programmeren.
lichamelijke opvoeding / gymdel'éducation physiqueIk sport graag, dus hou ik van gym.
muziekdela musiqueIn muziek leren we noten en instrumenten.
beeldende vorming / tekenendeles arts plastiques / le dessinIk teken graag in het vak beeldende vorming.
godsdienst / zedenleerdela religion / la moraleJe kiest tussen godsdienst of zedenleer.
economiedel'économieIn economie leer je over geld en markten.
het roosterhetl'horaire / l'emploi du tempsMijn rooster voor morgen is erg druk.
een les / een uurde / hetun cours / une heure de coursWe hebben zes uur les op woensdag.
een vrij uurhetune heure libre / un libreTijdens mijn vrij uur ga ik naar de bibliotheek.

In de klas en op school — En classe et à l'école

NéerlandaisGenreFrançaisExemple
het lokaalhetla salle de classe / le localOns lokaal is op de tweede verdieping.
het bord / het digitale bordhetle tableau (interactif)De leraar schrijft op het bord.
de bankdele banc / la tableGa aan je bank zitten.
de rugzakdele sac à dosMijn rugzak is heel zwaar vandaag.
het schrifthetle cahierSchrijf de oefening in je schrift.
het handboekhetle manuel scolaireOpen je handboek op bladzijde 45.
de agendadel'agendaSchrijf het huiswerk in je agenda.
de cursusdele cours (le document)Ik heb de cursus van vorige week niet.
de leraar / lerares / leerkrachtdele professeur / l'enseignant(e)Onze lerares Nederlands is heel streng.
de directeurdele directeurDe directeur spreekt alle leerlingen toe.
de leerlingdel'élèveEr zijn twintig leerlingen in onze klas.
de speelplaatsdela cour de récréationTijdens de pauze spelen we op de speelplaats.
de refterdele réfectoire / la cantineIk eet mijn boterhammen in de refter.
de bibliotheekdela bibliothèqueIk ga boeken zoeken in de bibliotheek.
de auladel'aula / la salle de réunionDe schoolvergadering is in de aula.

Werk en evaluatie — Travail et évaluation

NéerlandaisGenreFrançaisExemple
een toets / testdeun contrôle / testWe hebben morgen een toets wiskunde.
een examenhetun examenDe examens beginnen in juni.
een projecthetun projetWe werken in groepen aan een project.
een taakdeune tâche / un devoirIk moet deze taak voor vrijdag afmaken.
een spreekbeurtdeun exposé oralMijn spreekbeurt gaat over klimaatverandering.
een rapporthetun bulletin scolaireHet rapport is niet zo goed dit trimester.
een punt / een cijferhetune note / une coteIk heb een goed punt voor mijn spreekbeurt.
slagen / mislukkenréussir / échouerIk wil slagen voor alle vakken.
een herkansingdeune session de rattrapageIn augustus zijn er herkansingen.
huiswerk makenfaire ses devoirsNa school maak ik eerst mijn huiswerk.
studerenétudier / réviserIk studeer elke avond voor de examens.
herhalenréviser / répéterJe moet de leerstof regelmatig herhalen.
een samenvatting schrijvenécrire un résuméIk schrijf een samenvatting van elke les.
notities nemenprendre des notesNeem notities tijdens de les.
Ik ben goed/slecht in...Je suis bon(ne) / nul(le) en...Ik ben goed in talen maar slecht in wiskunde.
Ik vind ... moeilijk / makkelijk.Je trouve ... difficile / facile.Ik vind chemie erg moeilijk.

Het Belgisch & Vlaams onderwijssysteem — Le système scolaire belge & flamand

NéerlandaisGenreFrançaisExemple
het ASO (Algemeen Secundair Onderwijs)hetenseignement secondaire général (préparation à l'université)In het ASO leer je veel theorie en ga je daarna naar de universiteit.
het TSO (Technisch Secundair Onderwijs)hetenseignement secondaire technique (avec stages)In het TSO combineer je theorie met technische vakken en stages.
het BSO (Beroepssecundair Onderwijs)hetenseignement secondaire professionnel (formation pratique)Het BSO geeft een praktische beroepsopleiding, bv. kok of kapper.
het KSO (Kunstsecundair Onderwijs)hetenseignement secondaire artistiqueIn het KSO studeer je muziek, dans of beeldende kunst.
het 1e / 2e / 3e jaarhetla 1re / 2e / 3e annéeIn het 1e jaar secundair ben ik 12 jaar.
de eerste / tweede / derde graaddele premier / deuxième / troisième degréDe derde graad is de laatste fase van het secundair.
de A-stroom / de B-stroomdele flux A (général) / le flux B (adapté)In het 1e jaar kies je voor de A-stroom of de B-stroom.
een attesthetune attestation (de réussite partielle)Met een attest kan je doorstromen naar een andere richting.
een getuigschrifthetun certificat (de fin d'études primaires/secondaires)Na de lagere school krijg je een getuigschrift.
een diplomahetun diplômeNa de derde graad haal je je diploma secundair onderwijs.
slagen / mislukkenréussir / échouerIk wil slagen voor alle vakken dit jaar.
zittenblijven / overzittenredoublerAls je te veel mislukt, moet je het jaar overzitten.
de universiteitdel'universitéZe gaat naar de universiteit van Gent.
de hogeschooldela haute écoleHij studeert verpleegkunde aan de hogeschool.
een bachelor (3 jaar)deun bachelier (3 ans)Na drie jaar haal je een bachelor.
een master (2 jaar)deun master (2 ans)Ze doet een master in communicatie.
een graduaathetun graduat (formation courte en haute école)Een graduaat duurt twee à drie jaar aan de hogeschool.
een doctoraathetun doctoratNa zijn master doet hij een doctoraat in de wetenschappen.
inschrijvens'inscrireJe moet je vóór 30 september inschrijven.
inschrijvingsgeld betalenpayer les droits d'inscriptionHet inschrijvingsgeld aan de universiteit is lager voor wie een beurs heeft.
op kot gaanaller vivre en kourbi (logement étudiant)Ze gaat op kot in Brussel omdat de universiteit ver is.
de studentenraaddele conseil étudiantDe studentenraad vertegenwoordigt alle studenten.
de kleuterschool (2,5–6 jaar)del'école maternelle (2,5–6 ans)Mijn dochtertje gaat naar de kleuterschool.
de lagere school (6–12 jaar)del'école primaire (6–12 ans)In de lagere school leer je lezen, schrijven en rekenen.
het secundair onderwijs (12–18 jaar)hetl'enseignement secondaire (12–18 ans)Het secundair onderwijs duurt zes jaar.
het hoger onderwijs (18+)hetl'enseignement supérieur (18 ans et plus)Na het diploma secundair kan je naar het hoger onderwijs.

Na de middelbare school — Après le secondaire

NéerlandaisGenreFrançaisExemple
na het secundairaprès le secondaireNa het secundair heb je veel keuzes.
verder studerencontinuer ses étudesIk wil verder studeren aan de universiteit.
een opleiding volgensuivre une formationHij volgt een opleiding als kok.
een stage doenfaire un stageIn de opleiding moet je een stage doen.
afstuderenobtenir son diplôme / terminer ses étudesZe studeert volgend jaar af.
een job zoekenchercher un emploiNa het afstuderen ga ik een job zoeken.
een CV schrijvenécrire un CVIk leer hoe ik een goed CV schrijf.
een sollicitatiegesprekhetun entretien d'embaucheZe is nerveus voor haar sollicitatiegesprek.
een diploma behalenobtenir un diplômeMet een diploma vind je makkelijker werk.
Ik wil later ... worden/zijn.Plus tard, je veux devenir / être...Ik wil later dokter worden.

Oefening 1 — Associez la matière à sa description

1. In dit vak leer je landen, rivieren en klimaten kennen.

geschiedenis
aardrijkskunde
wiskunde
biologie

2. In dit vak doe je experimenten met stoffen en reacties.

fysica
informatica
chemie
muziek

3. In dit vak leer je programmeren en werken met computers.

economie
informatica
tekenen
wiskunde

4. In dit vak leer je over de Tweede Wereldoorlog en de Middeleeuwen.

geschiedenis
biologie
aardrijkskunde
Engels

5. In dit vak leer je bewegen, sporten en gezond leven.

muziek
wiskunde
lichamelijke opvoeding
godsdienst

Oefening 2 — Phrases à trous : la vie scolaire

Complétez avec : huiswerk — agenda — rapport — slagen — examen — leerling — rooster

1. Ik schrijf mijn altijd in mijn .
2. Het hangt aan de deur van het lokaal.
3. In juni zijn de examens. Ik wil voor alles .
4. Het van dit trimester was niet zo goed.
5. Elke moet op tijd aanwezig zijn in het lokaal.